“Hoe kan het dat jullie voor €1.550 per maand drie video’s maken,
terwijl één losse video al snel €5.000 of meer kost?”
Op het eerste gezicht voelt dat tegenstrijdig.
Meer video’s voor minder geld.
Maar als je kijkt naar hoe videoproductie écht werkt, is het juist heel logisch.
Een sprint is een losse opdracht.
Eén video.
Vaak een HERO video.
Dat betekent dat we alles opnieuw moeten uitzoeken:
Die denk- en strategie-fase is intensief.
En belangrijk.
Sterker nog:
die fase is exact hetzelfde als bij een langdurige samenwerking.
Het verschil?
Bij een sprint doen we dat allemaal voor één video.
Omdat alles nieuw is, starten we relatief groot:
En daarna maken we één sterke video.
Topkwaliteit.
Een duidelijke boodschap.
Maar:
daar stopt het.
De volgende video?
Die begint weer bijna vanaf nul.
Dat is de reden dat een losse sprint vaak rond de €5.000 of meer uitkomt.
Niet omdat de camera duurder is.
Maar omdat het denkwerk, de creatie en de setup niet herbruikbaar zijn.
Bij een vaste samenwerking pakken we het fundamenteel anders aan.
We doen het uitzoekwerk één keer.
De strategie staat.
De lijn is helder.
En daarna gaan we bundelen.
In plaats van steeds opnieuw opstarten,
richten we één draaidag slim in:
Zo halen we uit dezelfde effort
niet één video,
maar meerdere.
Doordat we niet telkens opnieuw hoeven te beginnen:
Daarom is het mogelijk om bijvoorbeeld
3 video’s per maand te maken voor €1.550.
Niet omdat die video’s “minder” zijn.
Maar omdat het proces slimmer is ingericht.
We bouwen door.
In plaats van telkens opnieuw op te starten.
Nee.
En is een vaste samenwerking goedkoop?
Ook nee.
Beide zijn logisch binnen hun eigen aanpak.
Het verschil zit niet in:
Het verschil zit in organisatie.
In hoe slim je strategie, creatie en productie op elkaar afstemt.
En dát is waar het prijsverschil vandaan komt.